• ROOS KOOLE

'Zes procent van Baarnse kinderen loopt risico op armoede'

BAARN In 2018 groeiden 264 duizend kinderen op in een gezin met een inkomen onder de lage-inkomensgrens. Dit betekent dat 1 op alle 12 minderjarigen leeft in een huishouden met risico op armoede, net zoveel als in het jaar ervoor. In Baarn groeit 6,1 procent van alle kinderen op in een gezin met een (langdurig) laag inkomen.

Landelijk leeft 8,1 procent van alle kinderen in een gezin met een laag inkomen, waarvan 3,1 procent langdurig. Het aantal kinderen in een gezin dat al minstens vier jaar moet rondkomen van een laag inkomen daalde met vijfduizend, tot 103 duizend kinderen. Dat meldt het CBS maandag op basis van nieuw onderzoek over het risico op armoede.

Het 'aandeel kinderen met risico op armoede' in onderstaande interactieve figuur is het percentage kinderen (tot 18 jaar) dat opgroeit in een huishouden met een (langdurig) laag inkomen, ten opzichte van alle kinderen in de desbetreffende gemeente. Bij een inkomen beneden de lage-inkomensgrens spreekt CBS van risico op armoede. De lage inkomensgrens hangt af van de gezinssituatie. In 2018 lag de grens voor een alleenstaande op netto 1.060 euro per maand. Voor een paar was dat 1.460 euro, en met twee minderjarige kinderen 2.000 euro.

(Artikel gaat verder onder de interactieve afbeelding.)

 

GEEN COMPUTER Volgens het statistiekbureau komt een groot deel van de gezinnen met een laag inkomen financieel in de knel. Zo kan de helft van de gezinnen met minderjarige kinderen niet jaarlijks op vakantie. Ook blijft er vaak geen geld over voor nieuwe kleren, een computer of tablet. Het grootste deel van deze gezinnen moet rondkomen van een uitkering.

In grote steden zoals Amsterdam en Den Haag is het risico op armoede vaak groter. Maar ook drie kleinere gemeenten (Delfzijl, Appingedam en Pekela) in de provincie Groningen staan in de top-10. In Rozendaal, Bunnik en Heiloo zijn de enige gemeenten waar het aandeel kinderen in een laag-inkomensgezin onder de 3 procent lag.